|
Eigen woning: 30 jaar aftrek
U
kunt de rente van een schuld voor uw eigen woning
maximaal 30 jaar na het afsluiten van die lening
aftrekken. Als u op 31 december 2000 al een schuld
voor uw eigen woning had, mag u de rente daarover
vanaf 1 januari 2001 toch nog 30 jaar aftrekken.
Voorwaarden aftrek hypotheekrente
U kunt de rente en kosten van
(aflossingsvrije) hypothecaire leningen en andere
geldleningen voor de aankoop van de woning
aftrekken. Rente over de lening voor onderhoud of
verbetering kunt u alleen aftrekken als u met
schriftelijke bewijsstukken kunt aantonen dat u deze
leningen daarvoor heeft afgesloten.
Een uitzondering is een hypotheek voor uw eigen
woning die u voor 1 januari 1996 heeft
afgesloten. In dit geval kunt u de rente na
1 januari 2001 nog 30 jaar aftrekken, ook als u de
hypotheek niet gebruikt heeft voor de aankoop,
verbetering of het onderhoud van uw woning. De
hypotheek moet dan wel nog steeds op dezelfde woning
zijn gevestigd.
2e woning: geen aftrek
Uw 2e woning valt onder de
vermogensrendementsheffing in box 3. U kunt de rente
en kosten van uw hypothecaire leningen en andere
geldleningen voor de 2e woning niet aftrekken. Uw
(hypotheek)schuld verlaagt wel de grondslag van de
vermogensrendementsheffing in box 3.
Verbouwing
Als u de uitgaven voor
onderhoud of verbetering doet binnen 6 maanden nadat
u de lening heeft afgesloten, gaat de
Belastingdienst ervan uit dat u de lening bent
aangegaan voor onderhoud of verbetering. De rente is
dan aftrekbaar als rente voor de eigen woning. Voor
uitgaven na afloop van 6 maanden moet u met
schriftelijke bewijzen kunnen aantonen dat de lening
en dus de betaalde rente verband houdt met onderhoud
of verbetering van de eigen woning. Alleen dan is de
rente aftrekbaar als rente voor de eigen woning.
Verbouwingsdepot
Als u gebruik maakt van een
rentedragende rekening die speciaal voor een
incidentele verbouwing is geopend
(verbouwingsdepot), mag u de betaalde rente
gedurende 2 jaar na de storting op het
verbouwingsdepot aftrekken als rente voor de eigen
woning. De ontvangen (depot)rente moet u van de
betaalde rente aftrekken. Uiteraard moet u voldoen
aan de voorwaarden en overige eisen die voor
toepassing van de eigenwoningregeling gelden.
Als binnen 2 jaar blijkt dat het depot niet meer
bestemd is voor onderhoud of verbetering, dan
eindigt de aftrekbaarheid van de rente op dat
tijdstip.
Een eventueel restant van de lening valt na de
verbouwings- of onderhoudsperiode, of na 2 jaar, in
box 3. In dat geval kan de Belastingdienst een
evenredig gedeelte van de kosten van de geldlening
via een navordering corrigeren.
Begrip Eigen woning
Een eigen woning is voor de belastingheffing de
woning waarvan u eigenaar bent en die u gebruikt als
hoofdverblijf.
Voor de belastingheffing wordt ook als eigen woning
aangemerkt:
|
- |
uw woning (hoofdverblijf) waarvan u de grond
in erfpacht heeft; |
|
- |
uw woning (hoofdverblijf) die u in
vruchtgebruik heeft. Dit recht moet u
volgens erfrecht hebben gekregen, dus niet
hebben gekocht; |
|
- |
een lidmaatschap van een flatvereniging
(hoofdverblijf); |
|
- |
uw woonboot (hoofdverblijf) met een vaste
ligplaats. |
U koopt uw
partner uit
Als u het aandeel van
het huis van uw ex-partner koopt en u blijft in het
huis wonen, koopt u een aandeel in de eigen woning
bij. In dit geval gelden dus alle regels voor de
hele eigen woning:
|
- |
het eigenwoningforfait; |
|
- |
de hypotheekrenteaftrek; |
|
- |
aftrek periodieke betalingen erfpacht,
opstal en beklemming. |
Regel: 1 eigen
woning
De regel is dat u maar 1 eigen
woning kunt hebben. Maar als u door verhuizing
tijdelijk 2 huizen heeft, geldt er een uitzondering
op deze regel.
Uitzondering
Als u in uw nieuwe huis woont
en uw oude huis nog niet verkocht heeft, dan mag u
uw oude woning ook als eigen woning aanmerken. Dit
kan alleen als:
|
- |
uw oude woning dit jaar of in een van de
twee voorafgaande jaren uw eigen woning was;
en |
|
- |
uw oude woning sindsdien leegstaat; en |
|
- |
uw oude woning in de verkoop staat. |
Als u aan deze 3 voorwaarden voldoet, dan is de
hypotheekrente van uw oude woning voor een periode
van maximaal 2 jaar na het kalenderjaar waarin u de
woning heeft verlaten, aftrekbaar in box 1. Het
eigenwoningforfait voor uw oude woning wordt op
nihil gesteld.
De WOZ-waarde
is de waarde van uw woning
zoals die door de gemeente is vastgesteld. De
WOZ-waarde heeft u onder andere nodig voor de
berekening van het eigenwoningforfait.
Het
eigenwoningforfait
geldt alleen voor uw
hoofdverblijf en niet voor uw 2e woning. Uw 2e
woning valt onder de vermogensrendementsheffing in
box 3.
Wie geeft wat
op
In principe geeft iedere
partner zijn of haar eigen inkomensbestanddelen op.
Alleen voor de bestanddelen voor de
rendementsgrondslag voor box III en voor
gemeenschappelijke inkomensbestanddelen kunt u onder
voorwaarden kiezen wie van de partners welk deel van
deze inkomensbestanddelen of aftrekposten opgeeft of
aftrekt.
Inkomsten uit
eigen woning: alleen saldo verdelen
Voor de inkomsten uit de eigen
woning geldt dat u alleen het saldo van de inkomsten
en de aftrekposten naar keuze mag verdelen. Het is
dus bijvoorbeeld niet mogelijk dat u het
eigenwoningforfait aangeeft en dat uw partner de
hypotheekrente voor de eigen woning aftrekt.
Voorwaarden
voor de toerekening van inkomsten en aftrekposten
tussen partners
Bij de toerekeningsregels
gelden de volgende voorwaarden:
|
- |
U geeft samen in totaal het gehele
inkomensbestanddeel of het gehele
bestanddeel van de rendementsgrondslag aan. |
|
- |
U bent het hele jaar elkaars fiscale partner
geweest. Als u maar een gedeelte van het
jaar fiscale partner van elkaar was kunt u
toerekenen als u er samen voor kiest om het
hele jaar als fiscale partner te worden
aangemerkt. Deze keuze heeft alleen gevolgen
voor de bepalingen over de toerekening van
gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en
bestanddelen van de rendementsgrondslag. |
|
- |
Als uw fiscale partner is overleden, kunt u
de bestanddelen voor het hele jaar vrij
toerekenen als u er voor kiest om voor de
toerekening van de inkomensbestanddelen het
gehele jaar als fiscale partners te worden
aangemerkt. |
|
- |
Als u ongehuwd samenwoont, kunt u ook voor
fiscaal partnerschap kiezen als u door het
overlijden van uw fiscale partner niet
voldoet aan de zesmaandstermijn. U moet dan
in het voorafgaande kalenderjaar ook al
hebben gekozen voor fiscaal partnerschap. |
Bijleenregeling
Met ingang van 1
januari 2004 geldt de bijleenregeling. Deze regeling
houdt het volgende in. Als u uw eigen woning met
winst verkoopt (u heeft dus overwaarde), dan kunt u
bij de lening van de volgende eigen woning geen
rente meer aftrekken over het bedrag van de
overwaarde. U wordt als het ware verplicht om de
overwaarde te investeren in de aankoop van uw nieuwe
eigen woning.
Als u de overwaarde niet of niet helemaal gebruikt
om uw nieuwe eigen woning te financieren, kunt u
weliswaar een hogere lening afsluiten voor de
aankoop van deze woning, maar mag u niet alle rente
over deze lening aftrekken. De rente over de
overwaarde is dan niet aftrekbaar. Dit gedeelte van
de lening wordt dan als een consumptieve lening
aangemerkt en valt in box 3.
De bijleenregeling is ingevoerd om te voorkomen dat
huiseigenaren bij verhuizing naar een andere eigen
woning de overwaarde uit hun verkochte vorige eigen
woning gebruiken voor consumptieve doeleinden, zoals
het kopen van een auto. Zo was het mogelijk indirect
rente af te trekken over een hypothecaire lening
voor doeleinden waarvoor deze aftrek niet bedoeld
was.
Bijleenregeling
en oorspronkelijke aankoopprijs/hypotheekschuld
De bijleenregeling is van toepassing op het verschil
tussen de verkoopopbrengst verminderd met de
verkoopkosten en het bedrag van de nog openstaande
eigenwoningschuld. De oorspronkelijke aankoopprijs
van uw vorige woning of de oorspronkelijke
hypotheekschuld is dus niet relevant voor de
bijleenregeling.
Verhogen
eigenwoningschuld
U kunt uw eigenwoningschuld
verhogen met schulden die u aangaat voor verbetering
of onderhoud van uw eigen woning of voor afkoop van
de rechten van erfpacht, opstal of beklemming.
Als er nog een eigenwoningreserve aanwezig is, moet
u de gemaakte kosten, voorzover deze meer bedragen
dan € 5.000, eerst afboeken op deze reserve. Zodra
de kosten hoger zijn dan uw eigenwoningreserve en u
voor deze kosten een schuld bent aangegaan, kunt u
het meerdere aan de eigenwoningschuld toevoegen.
De eigenwoningreserve
is het bedrag waarvoor
u geen eigenwoningschuld kunt aangaan als u een
andere eigen woning koopt. De eigenwoningreserve
ontstaat als u overwaarde heeft op de woning die u
verkoopt.
Het vervreemdingssaldo
(ook wel de overwaarde genoemd)
is het verschil tussen
de verkoopopbrengst van
uw eigen woning en uw eigenwoningschuld. Van de
verkoopopbrengst mogen de verkoopkosten worden
afgetrokken.
Schematisch:
|
Opbrengst bij verkoop |
…………. |
|
|
Kosten bij verkoop |
…………. af |
|
|
Netto opbrengst |
…………… |
|
|
Eigenwoningschuld verkochte woning |
|
……………af |
|
Vervreemdingssaldo (overwaarde) |
|
…………… |
De eigenwoningschuld
is het gezamenlijke
bedrag van alle schulden die zijn aangegaan voor
aankoop, verbetering en onderhoud van de eigen
woning voor zover de rente over deze schulden in
box 1 aftrekbaar is.
Bron: www.belastingdienst.nl |